In een eerder blog schreef ik over het navelstrengdilemma in de praktijk: het afstemmen tussen loslaten en ingrijpen in de kleine momenten van het opvoeden. De eerste keer alleen naar school fietsen. De eerste logeerpartij. De eerste keer dat je niet precies weet wat er gebeurt, maar wel moet vertrouwen dat het goed gaat.


Loslaten leek toen nog iets wat zich in stappen ontvouwde. In kleine bewegingen, in dagelijkse keuzes, in opvoedsituaties die zichtbaar en concreet waren. Maar de laatste tijd merk ik dat loslaten een andere laag krijgt. Niet meer in de kleine momenten van groei, maar in de grote bewegingen van het leven zelf.


Wanneer een kind ouder wordt en zijn eigen leven steeds verder vormgeeft. Wanneer het huis stiller wordt. Wanneer je als ouder niet meer automatisch nodig bent op dezelfde manier als voorheen. En ineens is daar ruimte. Ruimte die ik dacht te willen. Ruimte waar zo vaak over gesproken wordt als iets bevrijdends. En dat is het ook, maar in die ruimte verschijnt ook iets anders. Stilte, Leegte. En soms een onverwacht gevoel van verlies, terwijl er niets verloren is. Wat ik daarbij steeds sterker merk, is dat deze verandering niet alleen in mij gebeurt, maar ook in de ruimte om mij heen. Het huis verandert mee.


Vanuit feng shui wordt vaak gesproken over chi, de levensenergie die door een ruimte stroomt. En ik begin t ervaren dat die energie verschuift wanneer kinderen hun eigen leven gaan leiden. Ik ben geen expert in feng shui en chi, maar kan wel heel goed voelen en waar eerst beweging was, geluid, aanwezigheid en constante stroom van contact, ontstaat nu een andere dynamiek. De kamers voelen anders. De stilte is voelbaar. De energie is minder gevuld, maar ook minder gericht op zorgen en doen. Het huis lijkt als het ware opnieuw te ademen, maar in een rustiger ritme. En misschien is dat wat deze fase zo verwarrend maakt.


Het is niet alleen een verandering in het leven van mijn kind. Het is ook een verandering in de ruimt waarin ik zelf leef. En in mij. Het navelstrengdilemma krijgt in deze fase een andere vorm. En dat maak ik nu voor de tweede keer mee.


Niet meer: help ik of laat ik even?

Maar: wie ben ik als het zorgen minder wordt?

Wat gebeurt er in mij als ik niet meer nodig ben op de manier die zo vertrouwt was?

En misschien nog wel dieper: wat raakt deze stilte in mij dat ouder is dan mijn kind?


Ik merk dat het loslaten niet stopt op het moment dat een kind zelfstandiger wordt. Het verschuift van het begeleiden van het kind, naar het ontmoeten van wat er in mij overblijft. Soms is dat rustig. Soms ook confronterend. En vaak niet eenduidig. Er is geen juiste manier om hier mee om te gaan. Geen checklist die zegt: nu is het klaar. Wat ik wel merk, is dat het helpt om te blijven voelen in plaats van direct in te vullen. Om niet meteen op te lossen, wat leeg voelt. Maar even te blijven bij wat zich aandient.


Want misschien is dat ook een vorm van loslaten. Niet alleen van je kind. Maar van de versie van jezelf die vooral nodig was. En in die fase ontstaat vaak een andere vraag. Niet meer hoe stuur ik bij of bescherm ik. Maar hoe blijf ik aanwezig bij mezelf, terwijl het leven van mijn kind verder beweegt.


Astrid Geel

Een jongens moeder:

Astrid Geel

Ik werd moeder in het jaar 2000 in Casablanca, Marokko. In 2004 terug in Nederland begon ik andere moeders te helpen bij hun zoektochten. Ik organiseerde workshops, events, schreef een e-boek, ben coach en de oprichter van Global Sisters, een community voor vrouwen die verbinding, groei en herkenning zoeken. Hier schrijf ik regelmatig over het navelstrengdilemma.