Als loslaten niet vanzelf voelt
Het navelstrengdilemma in de praktijk: als loslaten niet vanzelf voelt
Loslaten klinkt vaak als een handeling. Iets wat je doet.
Je laat je kind alleen naar school fietsen.
Je laat het zelf ruzies oplossen.
Je laat het fouten maken.
Maar in werkelijkheid is loslaten zelden een simpele actie. Het is een innerlijk proces. En precies daar openbaart zich het navelstrengdilemma.
In de vroege kindertijd is nabijheid vanzelfsprekend. Een kind heeft zijn ouder nodig om te overleven, fysiek, emotioneel, sociaal. Troosten, beschermen, sturen: het hoort erbij. Het wordt ingewikkeld wanneer die noodzaak langzaam verandert, maar het gevoel dat erbij hoort niet even snel meebeweegt.
Sommige ouders merken dat ze het moeilijk vinden wanneer hun kind zelfstandiger wordt. Niet omdat ze het hun kind niet gunnen, maar omdat het iets in hén raakt. De eerste keer zonder zijwieltjes. De eerste logeerpartij. De eerste keer dat je niet alles weet. Het zijn kleine momenten, maar ze kunnen groot voelen.
Het navelstrengdilemma laat zich hier zien als twijfel:
Moet ik helpen of even wachten?
Is dit nog zorg, of al controle?
Laat ik los omdat het goed is voor mijn kind of houd ik vast omdat het mij geruststelt?
Vaak reageren we automatisch. We grijpen in. We sturen bij. We nemen over. Soms uit liefde, soms uit angst, soms uit gewoonte. Niet omdat we ‘verkeerd’ handelen, maar omdat oude overtuigingen en ervaringen meespelen. Misschien ben je zelf te vroeg losgelaten. Of juist nooit. Misschien leerde je dat veiligheid iets is wat je zelf moet bewaken.
Er is geen vast moment waarop loslaten moet. Geen checklist die zegt: nu is het genoeg. Het vraagt telkens opnieuw afstemmen, een voortdurende balans tussen voelen, waarnemen en handelen. Afstemmen betekent bijvoorbeeld dat je kijkt naar je kind én tegelijk naar jezelf: merk je dat je hart sneller gaat kloppen bij een nieuwe uitdaging voor je kind? Luister je dan naar je eigen angst, zonder dat die automatisch je reactie bepaalt. Misschien adem je diep in en stel je een vraag aan je kind: “Wil je dat ik even blijf kijken, of wil je het zelf proberen?” Je biedt steun waar het nodig is, en ruimte waar het kan. Zo is afstemmen een gesprek van binnen en buiten: je voelt je eigen emoties, observeert je kind, en kiest een manier van reageren die beide respecteert.
Wat dit dilemma zo ingewikkeld maakt, is dat de grens tussen steun en beperking zelden scherp is. Nabijheid kan een kind versterken en tegelijk onbedoeld de boodschap geven dat het het niet alleen kan. Afstand kan ruimte bieden en tegelijk onveilig voelen.
Het navelstrengdilemma vraagt geen perfecte antwoorden. Het vraagt aanwezigheid. Bewustzijn. De bereidheid om te voelen wat er onder je handelen ligt.
En soms is dat al genoeg.
Een jongens moeder:
Astrid Geel
Ik werd moeder in het jaar 2000 in Casablanca, Marokko. In 2004 terug in Nederland begon ik andere moeders te helpen bij hun zoektochten. Ik organiseerde workshops, events, schreef een e-boek, ben coach en de oprichter van Global Sisters, een community voor vrouwen met een lijntje met het buitenland. Hier schrijf ik regelmatig over het navelstrengdilemma.